Zandduivels in Botswana

Lees het verhaal
Karin Saakstra
Lees het verhaal

Nieuwe piepjes en kraakjes wisselen de bekende geluiden in onze Harry af. We zijn een beetje later dan gepland. Te lang bijgekletst op Elisenheim waar we vaste gasten zijn voor de stalling en te uitgebreid koffie gedronken bij de Stefan Edzolt, de eigenaar van de garage in Windhoek,  die zorgt voor het onderhoud aan de auto. Windhoek is geen plek waar we zouden willen wonen maar thuis voelen we ons er inmiddels wel.

Ons vaste baken langs de rommelige snelweg, met zijn fietsers en voetgangers, is de stal met speelgoedvrachtwagentjes waarvan de vrolijke kleurtjes je al van ver in de middenberm toelachen. De verkoper heeft naast de kitscherige metalen flamingo’s en glimmende manshoge windmolens nu ook struisvogels in het assortiment.  Kunstig gemaakt van roestig metaalafval. Ze zijn zo onwijs lelijk dat ze eigenlijk weer leuk worden. In gedachten staat er al een exemplaar thuis in de tuin. De discussie of we de komende drie maanden met een twee meter hoog kunstwerk op het dak naar Uganda gaan rijden laat ik achterwege. Dat gaat mij zelfs wel wat te ver. Ik bewaar mijn overredingskracht voor een ander moment

The Grove Shopping Mall in Windhoek

        Na een middag on-Afrikaans haasten in de Super-Spar, de Food Lovers , koffie bij Slow Town coffee en gas vullen bij de Midas draaien we in de late middagzon een kampeerplek op, niet ver van de grens met Botswana. Het is kurk- en kurkdroog. De gelige wolken die onderweg voorbij stormen blijken geen verbrand afval te zijn maar stof. Er vormen zich metershoge zandhozen die goed zichtbaar zijn in de zinderend warmte. Zandduivels worden ze wel genoemd. Waarschijnlijk omdat als je je raam niet op tijd sluit, het zand zich met duivelse snelheid in alle hoeken en gaten perst. We gaan er nog veel zien, als we de zoutpan bij Kukonje-eiland oversteken. In het voorjaar hoorden we al dat het vee verkocht moest worden als de regen nog langer uitbleef.  Geregend heft het sindsdien niet meer en we zien inderdaad langs de weg nu alleen nog maar struisvogels en wrattenzwijnen.

    Op de kale kampeerplek maken we  bij de koffie plannen voor de komende dagen. We willen door Central Kalahari, over de rand van de Sua zoutpan naar Pandmatenga , de grensovergang met Zimbabwe. We hebben ons als vrijwilliger aangemeld bij de ‘gamecount’ in Hwange, een van de grotere nationale parken in Zimbabwe. Voor reguliere bezoekers wordt het park gesloten en bij zoveel mogelijk drinkplaatsen zullen er vierentwintig uur lang ,door vrijwilligers, dieren geteld worden. Uiteraard tegen een kleine vergoeding. Want in Afrika gaat alleen de zon voor niets op. Twaalf oktober mogen we ons melden bij de coordinator in Main Camp  dus we hebben tijd genoeg om in wat kortere etappes naar Zimbabwe te rijden.  

Na de norse en forse dames van de Namibische grenscontrole worden we  door een gospelkoor ontvangen bij de immigratie van Botswana. Het is zondag en Independence day en we zien niet de gebruikelijke  uniformen maar wel kleurige jurken. Het voltallig personeel zingt ons toe met stemmen waar je kippenvel van krijgt. Prachtig zo’n welkom in dit gastvrije land.

Tsau Gate , Central Kalahari

De ontvangst bij Central Kalahari is al even bijzonder maar dan op een andere manier. We rijden de lange asfaltweg via Ghanzi, richting Maun en slaan vlak voor de eerste veterinaire controle de zandweg op naar Tsau, de westelijke ingang van het Kalahari gebied.  Botswana wordt doorkruisd door honderden kilometers lange hekken ( ‘vet fences’), bedoeld om  de verspreiding van mond- en klauwzeer een halt toe te roepen en aangelegd om te voldoen aan de Europese eisen voor import van vlees. Wilde graseters zoals gnoes kunnen potentieel het virus overbrengen op de vleeskoeien.  Dat na de aanleg van de hekken honderdduizenden gnoes omkwamen omdat de doorgang naar hun gras en water geblokkeerd werd is een stukje geschiedenis waar Botswana niet graag aan herinnerd wordt.

    We volgen vet fence  naar de Tsau gate en vinden een volledig verwoest gebouw. De oorzaak is niet erg duidelijk maar of de wind of brand heeft op enig moment het kantoor bij de ingang te pakken gehad.  In een provisorische tent mogen we het bezoekersboek invullen en krijgen we een plekje op de noodcamping.  “De olifanten gaan je vanavond lastig vallen”, grijnst de dame boven het boek. Het lijkt ons een kletsverhaal. De olifantendrollen die we zien zijn erg oud en de watervoorziening die er lag vanuit de belangrijkste watertank, is kapot. Lang geleden vertrapt door de grote reuzen in hun zoektocht naar water. Bij zonsondergang meldt zich de eerste olifant. Er is een lekkage in een van de grote groene watertanks die hoog boven ons uittorent. Waar het grote dier zo geruisloos vandaan komt, blijft elke keer weer een raadsel. Er volgt nog een groepje van drie dat zich laat horen door over het grind naast onze wagen te lopen. Er volgen er nog velen, rustig en bedaard, zonder interesse voor twee witbillen die dicht tegen de auto stil hun koffie drinken.

Het park is groot, droog en verlaten. We volgen onze favoriete route via Passarge Valley naar Deception , zo’n tweehonderd kilometer door de leegte zonder ook maar een andere auto tegen te komen.  Ook weinig dieren trouwens. In Passarge Valley treffen we een kampeerplek, hoog op een duin met weids zicht over de droge vallei. De bladerloze bomen zijn bevolkt met veelkleurige vogeltjes die op de kale takken goed te zien zijn. En er scharrelt een kleine mongoose rond de vuurplaat.

Cheetah moeder met cubs

Het duurt altijd even voordat ik het gevoel van haast en doelgerichtheid, dat er thuis zo makkelijk ingeslopen is, kwijt ben. De dag dat ik mijn tijdsbesef kwijt raak en op een dinsdag mijn zusje even bel in de overtuiging  dat het zondag moet zijn, dat is ook de dag dat ik weer oog krijg voor de kleine vanzelfsprekendheden. Het felle blauw rond de ogen van de talrijke  boskippetjes (eigenlijk heten ze Guinee Fowls) springt opeens in het oog. En niet eerder viel het me op dat de grondeekhoorn zijn pluizige staart gebruikt als zonneparasol als hij een maiskolf  buitmaakt uit onze afvalzak.  Zoals dat gaat in de Afrikaans bush; pas als het kleine je opvalt, zie je ook wat groots. Op onze laatste dag in de Kalahari treffen we een goed doorvoede Cheetah moeder met drie nog pluizige jongen in het gouden avondlicht.

Route
Windhoek, Gobabis, Central Kalahari Tsau Gate, Passarge Valley, Deception, Kori, Lethlakane

Korte impressie van Kori Campsite in Central Kalahari

No items found.
Story tags:

More Stories from Archive