Een Jack-Russell in Mozambique

Lees het verhaal
Karin Saakstra
Lees het verhaal
Raley op jacht

Raley schiet er als een pijl uit de boog vandoor, net als we afgeleid zijn door de beheerder van de kampeerplek met de vraag of we verse vis willen kopen.  Eerst hapt ze naar z’n broek (misschien wel als afleidingsmanoeuvre) om vervolgens jacht te maken op de kippen die rondscharrelen langs het zanderige pad. Ze is een bedreven krabben-jaagster en kan eindeloos achter de pleviertjes aan jagen op het strand. Het pluizige kuikentje is dan ook geen partij voor haar en hangt al snel, piepend en bungelend aan een pootje uit haar bek. Ze kijkt helemaal blij en is dan ook oprecht verbouwereerd als ze op haar kop krijgt na al die oefenmomenten bij de kippen thuis . Natuurlijk is  het niet de bedoeling om zo’n krielkipje te grijpen maar voor een jonge hond is het ook wel knap lastig om te leren dat een krab wel mag en een kip niet. Vaak gaat het goed, maar vandaag even niet. De eigenaar van het kuikentje zit er niet mee. Hij zet gewoon wat extra op onze kampeerrekening.

Oude glorie
Vergeten historie

We staan in paradijselijk Pomene, een beschermd gebied ergens langs de eindeloze kust van Mozambique. Het kilometers lange verblindend witte strand is leeg. Alleen een paar jongens zoeken lange  griezelige pieren om als aas te gebruiken voor de visvangst. Dit stuk kust wordt ingesloten door twee rotsige landtongen. Hoog boven het water is op een daarvan, in de jaren zestig, een grote lodge voor de Mozambikaanse elite gebouwd toen Mozambique nog een Portugese kolonie was. Het is uiteindelijk maar een jaar of vijf gebruikt,  vergeten en in verval geraakt toen de Mozambikaanse burgeroorlog uitbrak. We zien het vaker in dit zonovergoten land. Prachtige koloniale panden die niet langer gebruikt worden en er verloren bij liggen. Een enkele keer opgefrist met fraaie eigentijdse, kleurige muurkunst.  
De ruïnes in Pomene stralen nog grandeur uit. Het moet ooit een majestueus complex geweest zijn met uitzicht op de walvissen en dolfijnen die zich regelmatig in het azuurblauwe water laten zien. De lege, verwaarloosde gebouwen zijn inmiddels overwoekerd maar met een beetje fantasie galmt het geluid nog na van de glamoureuze gala’s in de hoge ruimtes. Her en der zien we nog de gekleurde restanten van Portugese keramieken mozaïeken.
Bij eb komt de onderkant van de rotspartij droog te liggen en voor ons strekt zich een wirwar van ‘rockpools’ uit. De holtes in het gesteente herbergen kleurige tropisch vissen, zeesterren, - anemonen en stekelige zee-egels. Door de gaten die hoger in het gesteente gesleten zijn, blaast een verdwaalde hoge golf, met kracht, een zoute spray over ons heen. Deze plek hadden wij zelf waarschijnlijk niet gevonden en we zijn blij dat Sas en Chris ons hier mee naar toegenomen hebben.

Zimbabwe grenspost
Mogen we Zimbabwe weer uit?

Het voelt heel vanzelfsprekend om weer terug te zijn in Mozambique en op blote voeten door het warme zand te struinen. Maar als we Zimbabwe vanuit Botswana  in reizen weten we nog helemaal niet of we er aan de Mozambikaanse kant weer uit mogen. De grenzen zijn immers al vanaf maart 2020 gesloten. In Harare logeren we een paar dagen bij Mel en Deon in hun karakteristieke, koloniale huis met prachtige oude houten vloeren. Hun tuin is inmiddels een paradijs voor de kleurige vogels die af en aan vliegen. Mel is de kleindochter van tante Koos en Oom Henk. Rasechte Amsterdammers, die in de jaren vijftig besloten naar het toenmalige  Rhodesië te emigreren. Ondanks de afstand is de vriendschap met de ouders van Ed altijd hecht gebleven. Na al die jaren vinden wij het inmiddels normaal om ze als ‘family’ aan te duiden.  We logeren graag bij Mel en Deon. De vanzelfsprekendheid waarmee ze de sleutel van het huis en een gevulde koelkast voor ons achter laten met een briefje waarin de werking van de wasmachine wordt uitgelegd, laat ons voelen dat we thuis zijn in een land waar we niet wonen. Dat blijft een bijzonder voorrecht.

We gebruiken onze tijd om uit te zoeken hoe we de grens naar Mozambique over kunnen, Harry klaar te maken voor het volgende deel van onze reis, onze administratie bij te werken en, bij een drankje en een hapje, op de overdekte veranda de verhalen te horen over hun dagelijkse leven in Zimbabwe. We ontmoeten ook hun vrienden, die net als Mel en Deon, worstelen met de vraag of ze op termijn in Zimbabwe willen en kunnen blijven. Het schrille contrast met ons leven in Nederland tekent zich meer dan duidelijk af in die  gesprekken. In het kort komt het erop neer dat bij ons ongeveer alles geregeld is en in Zimbabwe heel weinig. Scholing en gezondheidszorg bijvoorbeeld, zijn of helemaal niet, of alleen beschikbaar tegen forse betaling. Als de bestrating voor onze deur mankementen vertoont, bellen we de gemeente. Die komt op enig moment de boel repareren waarbij het gebruikelijk is dat we mopperen over de tijd die het in beslag neemt en/ of de geleverde kwaliteit. In Harare zoek je zelf een ‘potholepatcher’; iemand die (tegen betaling) je straat repareert. Als je geluk hebt, nemen de buren ook een deel voor hun rekening.  Lastiger nog is het omgaan met de overheid die doorlopend in geldnood verkeert en op basis van willekeur maatregelen lijkt te nemen om een begrotingsgat te vullen. Over corruptie hebben we het maar niet, want officieel bestaat dat hier niet.
Keerzijde van een land waar weinig geregeld is, is dat er ook ruimte is voor ‘altrnatieve’ oplossingen. Als thuis de grenzen gesloten zouden zijn, zou ik niet bedenken dat we de douane appen met het verzoek om voor mij een uitzondering te maken en de grens te openen. Dat is een kansloze missie. In Zimbabwe werkt dat duidelijk anders. Via het social media circuit krijgen we een telefoonnummer van ‘Immigration’ in Harare. We sturen een vriendelijk verzoek om doorgang te krijgen in Sango, de gesloten grenspost met Mozambique.  We sturen ons reisplan en geven aan dat we houders van een Nederlands paspoort zijn. Dezelfde middag krijgen we niet alleen gelijk toestemming om de grens bij Sango te passeren maar worden we hartelijk uitgenodigd om gauw weer een bezoek aan prachtig Zimbabwe te brengen. Hoe vriendelijk is dat.
Na onze avonturen in Gonorhazou melden we ons, gewapend met de officiële toestemming van hogerhand, in de vroege ochtend bij de slagboom aan de grens. Helemaal zeker zijn we niet. Dat krijg je als uit een land komt waar regels, regels zijn. Op de compleet lege grensovergang, worden we ondervraagd door de politie, Interpol, Criminal Investigation Services, de medische dienst en het leger voordat we naar ‘Immigration and Customs’ mogen. Het duurt allemaal wel even want de diverse beambten moeten van overal en nergens komen. Onze ‘immigration-officer’, zo te zien net onder de douche vandaan gehaald, vertelt dat hij vanuit Harare al geïnformeerd is over onze komst en zonder problemen worden Harry en wij het land uitgestempeld. Ook in Mozambique kost het tijd voordat iedereen opgetrommeld is. De politie doet nog een poging om ons wat geld en een cola af te troggelen maar als wij hen wat schaapachtig aan blijven staren, worden we uiteindelijk ook door gewuifd.

Raley op wacht
Een echt huis in Mozambique

We gaan onderweg naar Sas en Chris, die inmiddels alweer drie jaar geleden naar Mozambique emigreerden. Ze wonen niet langer in het knusse huisje op het duin in Tofinho maar zijn inmiddels trotse eigenaars van een ruim huis met grote tuin, centraal gelegen in Tofo. In de doe-het-zelf-programma’s zou het huis een ‘opknappertje’ genoemd worden. Er moet veel gebeuren aan het vrijstaande, ruime pand dat eerder gebruikt werd door een duikschool en ook nog een tijdje als ‘bed zonder breakfast’ fungeerde. On-line neemt Sas ons vaak mee door het huis om te laten zien hoe de metamorfose langzaam maar zeker vordert. Het is niet heel gemakkelijk om fatsoenlijke bouwmaterialen te kopen in Mozambique en afspraken met betaalde hulptroepen worden met regelmaat niet nagekomen. Toch lukt het ze om, naast het draaiend houden van hun kitesurfschool en het werk voor MMF (die studie maken van de grote walvishaaien) de rommelige, wat sombere bouwplaats om te toveren in een fris huis met een gezellige veranda en een fraaie tuin
In het echt ziet het resultaat er nog beter uit. Aan het eind van de middag kleurt de zonsondergang het huis oranje  en verlicht vanaf het terras-in-wording aan de achterkant, precies de golvende oceaan in de verte. De eerste kamers zijn klaar en zien er eigentijds en uitnodigend uit. Het plan is om naast de kitesurf-aktiviteiten ook een hostel te openen. Voordat het zover, moet er nog heel wat werk verzet worden, maar het begin is veelbelovend.

Strandroute vanaf Inhassoro
Op stap met Raley

Gelukkig is er tijd om samen naar een aantal voor ons onbekende plekken te trekken. En Raley, de jonge Jack Russel die sinds een jaar deel uit maakt van het huishouden, mag mee. Alleen als we in VIlanculos met de boot naar Archipelago Bazaruto gaan, blijft ze bij hun vriend Hugo, die een  duik- en surfschool in het bedrijvige vissersdorp bestiert. De archipel ligt een uur varen van het vaste land en is een nationaal park waar de bijzondere dugongs te vinden zijn. Een soort zeekoe. Groot, grijs en een zeegras-eter.  We hebben geluk en zien bij aankomst op het eerste eiland al een groot exemplaar langs de boot zwemmen. Snorkelen mag helaas niet. Dat mag weer wel bij het rif dat vlakbij ligt. Alsof we in het aquarium van Artis liggen. Het gekleurde koraal zien we in de vorm van enorme tafels, waaiers, bollen en pilaren. Er tussendoor zwemmen fel gekleurde vissen van een behoorlijk formaat.  De zeesterren zijn knalrood en de anemonen kleuren onder water licht roze.  Wij snappen wel waar Walt Disney’s film Nemo de inspiratie vandaan gehaald heeft.
Ik ben blij met de snelle boot waarmee we rond gevaren worden. Het heeft namelijk een handig platformpje aan de achterkant. Een elegante opstap is mij ook hier niet gegeven, maar het bespaart me in ieder geval de gênante vertoning om als een zak aardappelen aan boord gehesen te worden, zoals bij de hoge rubber vaartuigen.
Na het levendige Vilanculos, rijden we nog wat noordelijker naar het rustige Inhassoro. De kerstperiode komt in zicht dus het dorp wordt vooral bevolkt door (Zuid Afrikaanse) toeristen met voorliefde voor zeevissen. Hun enorme boten nemen ze van huis mee op zo mogelijk nog grotere trailers. Wij rijden er doorheen om onze vergunning te halen zodat we bij eb over het strand naar de punt van het naast gelegen schiereiland kunnen rijden. Ik vind dat zelf nogal spannend. De rotsige hoge duinen geven namelijk geen enkele uitweg als het water omhoog komt. Met hulp van de getijdentabel van Chris, plannen we de route in de middag. Dat zou goed moeten gaan. Na de eerste schrikkerige kilometers door het natte  zand, krijg ik oog voor de spectaculaire hoge, bijzonder gevormde duinen.  De vrouwen van de nabijgelegen dorpjes zijn nog druk bezig de visnetten binnen te halen en Ed ontwijkt behendig de lange touwen waaraan getrokken wordt. De route stopt nogal abrupt na 30 kilometer als we zien dat het laatste stuk overspoeld wordt door de oceaan. We ploegen door het diepe zand een iets hoger gelegen dorpje door, in de verwachting wel iets te vinden waar we voor de nacht ons kamp kunnen maken. Maar we vinden alleen heel erg diep zand. En hoge golven. De Zuid-Afrikaanse eigenaar van een van de vakantiehuizen vlakbij vertelt dat het water een deel van de punt heeft meegenomen maar wel weer een natuurlijk binnenhaventje heeft gevormd waardoor hun huizen voorlopig kunnen blijven staan. Voor een slaapplek biedt hij uitkomst.  We mogen in zijn tuin kamperen, op de ligbedden met zicht over het water luieren en de douche bij de buren gebruiken. De volgende ochtend mogen we op zijn boot mee voor een tochtje op zee. Die vanzelfsprekende gastvrijheid die we vaker onderweg ervaren blijft ons altijd weer verrassen.

Tijd om weer te gaan

We struinen totdat we doorreizen naar Zuid Afrika nogal wat stranden af. Ze zijn allemaal oogverblindend wit maar hebben tegelijk een eigenheid waardoor het schelpen jutten, zwemmen, kijken naar het kitesurfen van Chris en Sas of slenteren met Raley langs het opspattende water, niet gauw verveelt. Zelfs het bijna dagelijkse tochtje langs de baai van Tofo biedt elke dag wel weer wat anders. De ene dag komen we met een grote verse  Portugese makreel thuis die bedoeld is voor de braai bij een tuinfeest met vrienden, de andere dag staan we te kijken naar een lawaaiige trouwceremonie op het brede strand.  
En opeens is het zover en vertrekken we vanwege de verwachte toeristische drukte in het dorp, naar Komatipoort, de grensplaats die toegang geeft tot Zuid Afrika.  Sas en Chris reizen nog een aantal dagen met ons mee naar het Krugerpark. Raley niet. Die mag het park niet in. Zij krijgt gezelschap van Lucy, een nog wat verlegen Jack Russel, die met de oppas van het huis meekomt.  Waarschijnlijk leert Raley haar de fijne kneepjes van een Jac-Russell-in-Mozambique-bestaan.  Ze zal haar vast inwijden in haar Houdini-act, de verdwijntruc in de middag, op zoek naar vieze vuilnishopen of stinkende dode vis die voor het oprapen ligt langs het strand.  Ze zal haar wellicht introduceren bij haar eigen vriendenkring (die onaangekondigd over hetzelfde  muurtje springt om binnen te komen dat Raley gebruikt om ongezien op stap te gaan). En misschien wil ze zelfs haar favoriete speeltje, een stoffen hamburger met piepertje van de Hema, wel met haar delen.  Alleen om te leren dat je wel op een krab mag jagen maar echt niet op een kuikentje, daarvoor moet Lucy voorlopig nog even naar een andere leerschool.

Zomaar ergens onderweg
Route

Chidenguele  (Sunset Beach Lodge), Tofo ( Kitesurf Tofo), Pomene National Park (community campsite), Vilanculos (Baobab Beach Overlanders Camp), Inhassoro (garden Jambalaya Holiday Accomodation), Morrungulo ( Morrungulo campsite), Quissico ( Bulbul Camp), Bilene (Complexo Palmeiras Campsite)

No items found.
Story tags:

More Stories from Archive