Drie keer is scheepsrecht in Oeganda

Lees het verhaal
Karin Saakstra
Lees het verhaal
We gaan op reis en we nemen mee

Er gaan lichtjes op het dashboard branden die niet horen te branden, precies op het moment dat het onweer met een oorverdovende klap boven ons losbreekt. De rode stoffige straten langs de heuvels van Mbarara worden modderige, kolkende  waterstromen en aan het eind van de motorkap verandert de wereld in een witte waas. De knoop in mijn maag, die hoort bij motorpech, een lekkend dak of vastzitten in een diepe moddergeul, laat zich gelden. Als het probleem opgelost is, hebben we altijd wel weer een mooi of gek verhaal.  Want het probleem lost zich ook dit keer weer op.  Niet omdat ik zo stoer en cool of met Afrikaanse berusting een bijdrage lever. Maar vooral omdat Ed op zijn eigen rustige en behoorlijk directieve wijze doet wat er gedaan moet worden. Ik kan waarschijnlijk andere dingen goed.

Terug in Oeganda

We zijn terug in Oeganda, het land waar we niet alleen dertig jaar geleden  samen onze eerste Afrika-ervaring opdeden, maar ook het land waar we bij voorkeur onze Harry niet achter wilden laten. Het is er nat en er is geen mogelijkheid om de auto bij onvoorziene omstandigheden naar Nederland te laten verschepen. Maar het liep nu eenmaal zoals het liep.  In december keerden we vervroegd terug naar huis in verband met het overlijden van mijn moeder en in maart werden we Corona-vluchtelingen die met een van de laatste reguliere vluchten huiswaarts gingen.

We vinden Harry gezeemd en gepoetst, na 8 maanden terug bij Farouk. De inkomsten die hij normaal uit zijn florerende safari-bedrijf heeft, zijn volledig weggevallen. Maar hij had ons al laten weten dat hij druk bezig was met een plan B. De renovatie van de  vervallen boerderij van zijn vader waar hij  een bed & breakfast bouwt, is in volle gang. De bananen- en passievruchtenplantages liggen er weer netjes bij en er zijn kippen, koeien, eenden en geiten. De boerderij brengt inmiddels genoeg geld in het laatje zodat zijn safaribedrijf het voorlopig kan uitzingen en ook het personeel kan doorbetaald worden.  Als hij ons bij het hotel in Entebbe ophaalt, staan er laarzen klaar en krijgen we op onze eerste ochtend in Kampala een rondleiding over zijn drassige terrein. Een trotse en ambitieuze ondernemer. En zo ontmoeten we er onderweg nog een paar. Hebben ze een geheim? Volgens Farouk lenen goede ondernemers in Oeganda geen of weinig geld van de bank. Tegen de hoge rente kan je namelijk nauwelijks opwerken.

Harry start gelijk. We hebben wat problemen met de zonnepanelen die weinig amperes genereren. Maar een goede poetsbeurt lijkt het probleem gedeeltelijk te verhelpen. We slaan de boodschappen in bij de grote Carrefour in Kampala, drinken onze eerste lokale koffie bij Java Café en zoeken een plek  voor onze veel te grote hoeveelheid bagage. Een zich herhalende uitdaging. Met wat schudden en duwen vindt, tot onze eigen verbijstering, alles een plek en we zetten koers naar Jinja om bij ‘The Haven’ kamperen en langzaam over te schakelen naar een leven onderweg.

Het is weer even wennen aan de gebruikelijke spraakverwarring. Als ik  in de apotheek naar ‘peaceful sleep’ vraag, een spray tegen de muggen, krijg ik een aantal strips diazepam. Bij ons alleen op recept verkrijgbaar. Dat slaapt vast ook heerlijk maar is niet wat ik in gedachten had. En ik moet me er weer even overheen zetten dat alle ogen op je gericht zijn als we ergens een dorp binnen rijden. Er zijn behalve een enkele ex-pat, geen reizigers onderweg maar we hebben wel veel aanspraak.  Eigenlijk meer dan anders. Nieuwsgierige vragen naar de auto en naar onze plannen. We krijgen vaak een duimpje onderweg en wildvreemde mensen komen ons vertellen hoe blij ze zijn dat er weer bezoekers komen. Een hand geven mag niet vanwege Corona dus wordt er veel gebogen, gezwaaid en geroepen. Welkom in Oeganda

Zomaar onderweg

Oeganda is een land met veel kleine eenmanszaakjes als fundament. De marktvrouw die tomaten verkoopt, de visser die zijn vangst aan de man brengt, de bodaboda-chauffeur die de meest onmogelijke lading op zijn brommer van hot naar her rijdt, de bananenboer en ga zo maar door.  Deze mensen zijn hard geraakt tijdens de recente lockdown waarin hun zaken volledig tot stilstand kwamen.  Als je niets verkoopt, is er ook geen geld. Eerdere ervaringen met het ebola-virus waren de basis voor de snelle en verregaande maatregelen waarbij zelfs het doorlopende verkeersinfarct in Kampala plaats maakte voor onwerkelijk stille straten. Die situatie ligt achter ons. Het drukke verkeer is terug, de markten  afgeladen en het openbaar vervoer weer propvol. Er is wel een verschil. Alhoewel Corona bijna nergens onderwerp van gesprek  is (het is er nu eenmaal en het zal ook wel weer eens verdwijnen) maken de mondkapjes vast deel uit van het straatbeeld en we zien bij elke kruising wel een verkoper hiervan staan. We zijn zelden zo vaak en grondig gedesinfecteerd en geïnspecteerd. Onze temperatuur wordt overal en nergens gemeten. Zolang we maar niet warmer zijn dat 37,5 graden mogen we door. Meestal wordt er maar  iets van 33 graden gemeten. Kennelijk is dat niets  om je zorgen over te maken.  Nieuw is ook de instelling van de avondklok maar dat heeft ook zo zijn voordelen.  De zware Afrikaanse beats houden je in de nacht niet meer uit je slaap.

Murchison Falls

Alhoewel het uitzicht op jagen visarenden in de stroomversnellingen van  de witte Nijl bij Jinja nooit verveelt, vertrekken we na een paar dagen naar Murchison Falls, een nationaal park in het westen van het land. De grote meren in oost-afrika staan hoog zonder dat daar een eenduidige verklaring voor is. Ja, het heeft veel geregend.  En ook niet alle, recent gebouwde, dammen werken naar behoren zodat het waterpeil minder goed gereguleerd kan worden. En misschien zijn de grote tectonische platen in beweging. Gevolg is in ieder geval dat het water ruim zes meter hoger staat dan gebruikelijk waardoor  dorpen en bruggen onder water zijn komen te staan. Ook Murchison Falls staat gedeeltelijk onder water. De ferry, die normaal de noord- en de zuidzijde met elkaar verbindt is uit de vaart zodat we zo’n 200 km om moeten rijden om beide delen van het park te zien.  

De zuidelijke kant bestaat vooral uit dichte bossen, een rij lodges en de mogelijkheid om je nat te laten sprayen door de razende Murchison watervallen. De noordelijke kant is het gedeelte waar de meeste dieren te vinden zijn. Vanaf het moment dat we het park inrijden zien we grote kuddes  buffels, antilopen, giraffen, olifanten, aapjes en tropische vogels die over de uitgestrekte open vlaktes dwalen. Sommige soorten zagen we nooit eerder. In dichte bossages blijken de stekende tszetsze vliegen hun hinderlaag ingericht te hebben, dus die mijden we.

De gebruikelijke kampeerplekken in het park zijn vanwege het hoge water onbereikbaar maar we mogen wel wild kamperen op een van de picknickplaatsen aan Lake Albert. Een prachtige plek waar we zicht hebben op de bergen in Congo. We strijken er alvast neer voor de lunch. Na een  tijdje realiseren ons dat er heel weinig beschutting is tegen de opgestoken stormachtige wind en de bliksem. Een voorbode van de stortbuien die bij dit seizoen horen.  En ook de hordes buffels die de plaats aandoen zijn van afstand prachtig om te zien maar zo rondom je auto opeens wat minder aangenaam. We kamperen uiteindelijk buiten het park.   Helaas is er in het park olie ontdekt en de omvangrijke constructiewerkzaamheden aan een weg en de vaste brug om de raffinaderij verder zuidelijk te bereiken, zijn ontluisterend. Verbijsterend zijn ook de plannen om een hydrocentrale te plaatsen in de bekende donderende watervallen. De voorbereidende weg ligt er al. De toekomst van het park als toeristische trekpleister, wordt daarmee wel heel onzeker.

Murchison Falls National Park

Langs  de grens met Congo zakken we wat verder af naar het zuiden. Het gebied is het leefgebied van gorilla’s en chimpanzees en er zijn meerdere mogelijkheden om deze unieke dieren te gaan zien. Wij slaan het over. We koesteren dierbare herinneringen aan onze ontmoeting met een imposante familie berggorilla’s  in 1992. We voelen er weinig voor om deze te vervangen door nieuwe ervaringen waarbij we meer dan 10 meter afstand moeten houden en meerdere mondmaskers verplicht zijn. De toegangsprijs van 600 usdlr per persoon vergemakkelijkt onze beslissing

In plaats daarvan verkennen we op ons gemak het gebied rond de mysterieuze Rwenzori, de Mountains of de Moon, waarvan de besneeuwde toppen zich meestal in mist hullen. Zo’n dertig jaar geleden klommen we naar een hoogte van 4.000 meter over slecht begaanbare paden en onhandig de modder in de moerasachtige delen vermijdend. Chepati’s aten we toen, als pannenkoeken, met jam en suiker.  Nu drinken we koffie in het dorp waar we toen onze dragers inhuurden. En de chapati eten we, zoals dat hier gewoon is, met een tomaat/ui/omelet, opgerold als dikke sigaar en verpakt in een vettig plastic zakje. Heerlijk!  Na al die jaren grinniken we over onze onwetendheid tijdens onze eerste reis en blijven het bijzonder vinden om hier zomaar met onze Harry rond te rijden.

We hangen wat langer rond in Fort Portal, een stoffig maar levendig dorp en het centrum van de ‘voorraadschuur’ van Oeganda en overnachten op het terrein van een prachtige boerderij met de mogelijkheid om door het aangrenzend regenwoud te struinen. De zwart- witte colobusaapjes slingeren hoog boven ons in de bomen en de kleurige tucara’s maken hun aanwezigheid met hun aparte klok-klok-klok - geroep duidelijk. Niet veel verder staan we bij een kratermeer onder een avocadoboom die vruchten zo groot als rugby ballen laat vallen. En heerlijk smaken. Bij een kampvuurtje vertelt James, de beheerder ons wat family-planning volgens hem betekent. Elke paar jaar neemt  hij werk aan in een ander gebied, laat een gezin met kinderen achter en begint ergens anders een nieuw gezin. Hoe doet Ed dat eigenlijk wil hij nieuwsgierig weten. Die neemt ten slotte zijn ‘Madam’ overal mee naar toe? Tja....  het is inmiddels half tien. Laat voor Afrikaanse begrippen. Volgens Ed de hoogste tijd om de slaapzak op te zoeken.

De lichtjes van Harry

In toeristisch tempo hobbelen we langs de olifanten van het Queen Elisabeth Park en met een flinke omweg rijden we via Lake Mburu naar Kampala. De rust is daar weergekeerd na heftige rellen in verband met de aanstaande verkiezingen. We willen de stad zoveel mogelijk mijden en maken de afspraak voor onze Covid test dan ook in Jinja.  Zonder certificaat kunnen we niet verder naar Kenia. Maar Harry besluit anders. De lichtjes die niet horen te branden duiden erop dat de accu niet goed bijlaadt. Een nieuw accu zou het probleem op kunnen lossen maar helaas blijft het daar niet bij. Ook de dynamo lijkt de geest te hebben gegeven en dat is een groter probleem in een land waar spullen niet zomaar  te koop zijn. We worstelen ons door de Kampalese verkeerschaos  terug naar Farouk die gelukkig weer een vriend heeft en ‘an amazing engineer’ is.  De moed zakt me in de schoenen als hij ons bij het bedrijfje afzet. Weten we zeker dat dit een garagebedrijf is en geen autosloperij? We belanden in een zeldzame bende van auto-onderdelen, gecrashte wagens en modder. ‘Madam’ wordt naar het hotelterras aan de overkant gedirigeerd voor koffie en Ed, die er alle vertrouwen in heeft, gaat in conclaaf met de techneuten. Niets is wat het lijkt want de eigenaar blijkt een kundige Toyota-expert die zich door weinig laat afleiden.  Aan het eind van de dag zitten we weer in het zonnetje in Jinja aan een koud biertje. Als de volgende dag ook nog twee heren op een brommertje zich bij ons melden om tussen de gewassen onderbroeken de Covid-test af te nemen, zijn we er klaar voor.  We gaan onderweg naar Kenia.

Onze Covid-testers
No items found.
Story tags:

More Stories from Archive